DUURZAAMHEID

Het maken van een duurzaam gebouw is enerzijds noodzakelijk om aan de regelgeving te voldoen, anderzijds vaak een persoonlijke wens van onze opdrachtgevers. Door uitgekiende afstemming van duurzaamheidsvoorzieningen kunnen we voldoen aan deze wensen en regelgeving en het comfort en de luxe bieden die past bij onze hoogwaardige projecten.


BOUWBESLUIT

Het Bouwbesluit stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. De belangrijkste eis daarvoor is de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC).

De eisen aan de energieprestatie van gebouwen zullen in de toekomst worden aangescherpt. De EPC zal daarom plaatsmaken voor de wettelijke eisen Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Met ingang van 1 januari 2019 (voor overheidsgebouwen) respectievelijk 1 januari 2020 (voor overige gebouwen) moeten nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen bijna energieneutrale gebouwen zijn. Dit is sinds 12 november 2015 opgenomen in het Bouwbesluit.

 

VENTILATIE

Een goed ventilatiesysteem zorgt voor de juiste balans in luchtkwaliteit, comfort en energieprestatie van gebouwen. 

In het Bouwbesluit zijn een aantal basiseisen gesteld aan zaken als debiet, comfort, kwaliteit van de ventilatielucht en richting van de stroming. Daarnaast worden eisen gesteld aan spuivoorzieningen.  Indirect zijn er ook eisen, zoals de energieprestatie-eisen en bouwvoorschriften uit het oogpunt van energiezuinigheid.

 

VENTILATIE EN ENERGIEGEBRUIK
Omdat bij ventilatie warme binnenlucht wordt uitgewisseld met koude verse buitenlucht, treden er warmteverliezen op; het vraagt extra energiegebruik om deze lucht op te warmen. In goed geïsoleerde woningen kunnen de ventilatieverliezen zelfs groter zijn dan de transmissieverliezen. Daarnaast treedt er door ventilatoren een energiegebruik op dat in (bijna) energieneutrale woningen een relatief groot aandeel heeft op het totale gebruik. Het energiegebruik door ventilatie kan echter op een aantal manieren beperkt worden.

1. Het beperken van de hoeveelheid ventilatie tot wat nodig is om luchtkwaliteit en thermisch comfort te waarborgen. Dit kan door vraagsturing, bijvoorbeeld door een behoefte-afhankelijke regeling met sensoren. Dus daar ventileren waar dat nodig is,
met precies de juiste luchthoeveelheden. Het probleem rond vraagsturing bij ventilatie is hoe men de behoefte of vraag kan vaststellen en wat vervolgens de benodigde  regelstrategie is.
Er zijn wat dat betreft verschillende mogelijkheden:
• Aanwezigheidsdetectie.
• Voorprogrammering (klokprogrammering).
• Sensorsturing (bijvoorbeeld CO2, relatieve vochtigheid).

Het hart van een vraaggestuurd ventilatiesysteem is een regelunit waarin de signalen van de sensoren verwerkt worden en vanwaar de sturingssignalen naar de ventilatievoorzieningen (ventilatoren, “actieve” roosters) verzonden worden.
Deze unit kan gecombineerd worden met andere domotica-ontwikkelingen, bijvoorbeeld thermostaat c.q. comfortregeling, beveiliging etc.

2. Het terugwinnen van energie uit de uitgaande luchtstromen.
Er zijn hierbij twee mogelijkheden:
• Lucht/lucht waarbij de teruggewonnen warmte wordt toegevoegd aan de koude toevoerlucht die daardoor ook wordt voorverwarmd tot ca. 17°C (bij tegenstroomwisselaars); dit principe wordt toegepast bij gebalanceerde ventilatie.
• Lucht/water waarbij de teruggewonnen warmte wordt toegevoegd aan water voor warm tapwater en/of ruimteverwarming; dit principe kan worden toegepast bij
mechanische afzuiging.
3. Het voorverwarmen van de toevoerlucht bijvoorbeeld via aanvoerkanalen in de grond, via een serre, een zonnegevel of klimaatramen.
4. Het beperken van het elektriciteitsverbruik door ventilatoren. Dit kan op de eerste plaats door efficiëntere ventilatoren toe te passen zoals gelijkstroom ventilatoren. Een tweede stap is om de weerstanden in het kanalensysteem en in de dakkappen zoveel mogelijk te beperken door grote kanaaldiameters, zo min mogelijk bochten en vormstukken en door flexibele kanalen te vermijden. Tenslotte is ook het toepassen van hybride ventilatie een manier om het elektriciteitsverbruik te beperken.

 

VENTILATIE EN ENERGIEPRESTATIE
Ten aanzien van ventilatie in energieneutrale woningen zijn er duidelijk twee soorten oplossingen die nu worden toegepast:
• Geavanceerde natuurlijke ventilatie met mechanische afzuiging
• Gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning
Voor het realiseren van een minimaal vereiste of gewenste energieprestatie in woningen, kan er om tot een goed concept te komen worden gekozen uit een aantal bouwkundige en installatietechnische mogelijkheden. Het is van belang om in samenhang met het bouwkundige en installatietechnische concept het juiste type ventilatiesysteem te kiezen.

 

 

 

 

 

 

WARMTEPOMP

Met een warmtepomp kan warmte met een lage temperatuur, op een hoger temperatuurniveau worden gebracht. De ‘gratis’ omgevingswarmte met de lage temperatuur wordt in temperatuur verhoogd tot op een voor ruimteverwarming bruikbaar niveau. De werking van een warmtepomp is grotendeels gebaseerd op het volgende natuurkundig effect:

‘Indien een gas gecomprimeerd wordt tot een hogere druk, dan stijgt tevens de temperatuur’.

 

Een warmtepomp maakt van dit verschijnsel gebruik, door in een gesloten systeem het aanwezige gas met een compressor zodanig in druk te verhogen, totdat de daarbij behorende temperatuur hoog genoeg is geworden om er bijvoorbeeld onze woning mee te kunnen verwarmen. Nadat de warmte afgegeven is, wordt de druk verlaagd en hierdoor kan er weer nieuwe (duurzame) warmte worden opgenomen.

 

Er zijn grofweg 2 courante systemen voor de vrijstaande woningmarkt van toepassing. Een maakt gebruik van een bron in de grond, de andere van de buitenlucht. In dat laatste geval is een buitenunit noodzakelijk.